Protocollen

Een protocol is een set van regels en afspraken die nodig zijn voor een goede uitwisseling en verwerking van berichten. In een protocol wordt onder andere de signalering, authenticatie en foutdetectie voor het verzenden van informatie over een communicatiemedium beschreven.

  1. Getrapte overdracht

    Relevant voor
    Educatieve Applicatie (EA) , Leerling Administratie Systeem (LAS)
    Profiel
    EDEXML (zonder profiel) , LVS-set , Smalle set
    Webservice
    Leerlinggegevensservice (getrapt)

    Bij de getrapte overdracht zijn er 3 request- en bijbehorende responseberichten gedefinieerd die de gegevens van alle ingeschreven leerlingen getrapt ophalen. Via herhaling kunnen alle leerlinggegevens en leerkrachtgegevens in blokjes (per groep of setje van groepen) opgehaald worden. De volgorde is:

    1. Eerst de organisatorische gegevens van school en groepen (de structuur),
    2. Dan de leerlinggegevens (eventueel in delen per groep of verzameling groepen) en
    3. Tenslotte de leerkrachtgegevens (eventueel in delen per groep of verzameling groepen).

  2. Leerresultatenoverdracht

    Relevant voor
    Educatieve Applicatie (EA) , Leerling Administratie Systeem (LAS)
    Webservice
    Leerresultatenservice

    Het initiatief voor de overdracht ligt bij de EA. Er zijn diverse triggers voor de overdracht mogelijk:

    • De EA stuurt automatisch na de afname van een toets direct de leerresultaten naar het LAS. Dit kan zowel per toets zijn als per leerling-toetsafname (druppelsysteem).
    • Degene die verantwoordelijk is voor de toetsafname (meestal de leerkracht) geeft expliciet opdracht aan de EA om de gegevens door te sturen. De instelling hiervan en de mate waarop de gebruiker hierover controle heeft, is een belangrijk punt: gebruikers van EA’s zijn de eigenaars van de resultaatgegevens en zullen daarom controle moeten houden over deze overdracht. Een EA moet dit correct implementeren en presenteren aan de gebruiker.

  3. Matching in de EA-omgeving

    Relevant voor
    Educatieve Applicatie (EA)

    De EA voert de authenticatie van de leerling uit. Hiervoor zullen de interne accounts met de LAS-leerlinggegevens moeten matchen. Voor het terugsturen van leerresultaten aan het LAS is de LAS-identifier namelijk noodzakelijk. Hoe de matching precies plaatsvindt, valt buiten de scope van deze afspraak.

  4. Overkoepelend authenticatiesysteem

    Relevant voor
    Educatieve Applicatie (EA) , Leerling Administratie Systeem (LAS)

    Voor het identificeren en authenticeren van leerlingen en medewerkers in het LAS en de EA voor de uitwisseling van de resultaten wordt verwezen naar de ECK-standaard Distributie en toegang . Binnen ECK Distributie en toegang wordt onder andere beschreven hoe een leerling (en leerkracht) in de contentketen geïdentificeerd wordt. Dit is belangrijk voor deze afspraak, omdat leerresultaten uiteraard aan de goede leerling gekoppeld moeten worden.

  5. Toetsdefinitiesoverdracht

    Relevant voor
    Educatieve Applicatie (EA) , Leerling Administratie Systeem (LAS)

    In dit scenario hebben we te maken met systemen die (nog) niet automatisch gekoppeld zijn. Aan de LAS-kant moeten toetsresultaten worden ingevoerd en daarbij is het efficiënter als de toetsdefinities in een standaard formaat aan een LAS worden aangeleverd. Het invoeren van de gegevens kan zo vereenvoudigd worden door het presenteren van lijsten, controleren van waarden etc.