Systemen

Een ict-systeem is in staat om digitale berichten te verzenden, dan wel om deze te ontvangen en te verwerken. Het onderscheid in systemen wordt gemaakt op basis van de functie die deze vervult op het moment dat deze een bericht verzend of ontvangt. Hiermee wordt niet uitgesloten dat eenzelfde systeem ook andere functies kan vervullen op andere momenten in de tijd.

  1. Educatieve Applicatie (EA)

    Een EA is een systeem dat, mogelijk naast andere educatieve activiteiten, bij leerlingen toetsen kan afnemen en hiervan een resultaat bepaalt. Een EA kan binnen de school staan of door een derde partij (veelal een uitgever) worden geëxploiteerd. Soms biedt een uitgever meerdere EA’s aan die door een school gebruikt worden. Er kan dan ook sprake zijn van een centrale “leerling/groepsgegevens”-module per uitgever die door alle EA’s van deze uitgever gedeeld wordt.

  2. Leerling Administratie Systeem (LAS)

    Een LAS administreert de gegevens van leerlingen binnen een school. Het gaat hier om de gegevens van de leerling (NAW) en zijn leerresultaten. Een LAS neemt zelf geen toetsen af. De school is eigendom van de gegevens en gebruikt het LAS als bronsysteem. Voor wat betreft namen, groepsindelingen en identifiers is het LAS dus leidend. Ook een Leerlingvolgsysteem (LVS) of een administratieve module binnen een ELO kunnen binnen deze standaard als LAS beschouwd worden, mits ze de rol hebben van eigenaar van leerling- en groepsgegevens.